Home Vragen over de Sabbat 3 dagen en 3 nachten

3 dagen en 3 nachten

Rond de uitspraak van Jezus over Jona en de walvis zijn de krachtigste en meest tegenstrijdige opvattingen ontwikkeld. Vreemd genoeg gaat het voornaamste strijdpunt helemaal niet over het vaak aangevochten feit, dat een mens door een zeemonster werd opgeslokt. Voor veel mensen zit het beslissende punt in de tijdsduur, die Jona in de maag van de vis doorbracht. Dit zijn de precieze woorden van Jezus,

“Een verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, de profeet. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn. De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en zullen het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; en zie, meer dan Jona is hier!” Mattheüs 12: 39 – 41.

Deze uitspraak van Jezus is in meer dan één opzicht opvallend. In de eerste plaats bevestigt deze uitspraak duidelijk, dat dit verhaal uit het Oude Testament inderdaad precies zo heeft plaatsgevonden als de Bijbel aangeeft. Maar meer nog dan dit: deze gebeurtenis vormt een teken van Christus’ eigen dood, begrafenis en opstanding. Jezus verwees bij nog twee andere gelegenheden naar de prediking van Jona, als teken voor de ongelovige Farizeeën.

Tegenwoordig is er een actieve minderheid van christenen, die een geweldig punt maken van de zinsnede “drie dagen en drie nachten.” Zij houden eraan vast, dat Jezus deze uitdrukking gebruikte om aan te ge-ven, dat Hij precies 72 uur in het graf zou blijven, geen seconde korter of langer. Deze overtuiging heeft hen tot de conclusie geleid, dat Jezus op woensdagmiddag werd gekruisigd, en op hetzelfde tijdstip laat op de Sabbat is opgestaan. Op deze manier verantwoorden zij de 72 uur, die Jezus volgens hen in Zijn graf heeft gelegen.

Is deze uitleg in overeenstemming met het volledige Bijbelverslag over dit onderwerp? Past het bij andere teksten, waar tijdgegevens genoemd worden? Wordt er in de Bijbel nog op andere wijze informatie gege-ven, hoe deze drie dagen en drie nachten verstaan moeten worden?

Gelukkig hebben we Bijbelse gegevens in overvloed, om deze vragen te kunnen beantwoorden. Jezus of Zijn vrienden hebben zeventien keer over het tijdsverloop rond Zijn dood en opstanding gesproken. Tien keer werd specifiek gezegd, dat de opstanding op “de derde dag” zou plaatsvinden. Vijf keer zeiden ze, dat Hij “in” of “binnen” drie dagen zou opstaan. Twee keer “na drie dagen.” Slechts één keer sprak Jezus over Zijn dood met de woorden “drie dagen en drie nachten.”

Ongetwijfeld zijn al deze uitspraken gebruikt om één en dezelfde gebeurtenis te beschrijven. Daarover schijnt geen verschil van mening te zijn. “De derde dag”, “in drie dagen”, “na drie dagen”, “drie dagen en drie nachten” worden in de Bijbel in dezelfde betekenis gebruikt: ze verwijzen naar de opstanding van Jezus.

Deze uitdrukkingen kunnen niet letterlijk zijn.

We stellen nu de vraag: Kunnen we al deze uitdrukkingen strikt letterlijk opvatten? En zijn ze dan nog in overeenstemming met elkaar? Absoluut niet! Want “na drie dagen” moet zeker worden uitgelegd als lan-ger dan 72 uur. “Binnen drie dagen” betekent elk tijdstip dat valt binnen de 72 uur. En “drie dagen en drie nachten” betekent op de seconde af 72 uur. De uitdrukking “de derde dag” levert nog weer andere problemen op, zoals we hieronder zullen zien.

Klinkt dit niet heel erg verwarrend? Zo ja, dan komt dit, omdat mensen hun eigen uitleg boven op de be-tekenis van Gods Woord hebben gelegd. Wij moeten de Bijbel zichzelf laten uitleggen. En vooral moeten we de interpretatie van de woorden die Christus sprak aan Hem zelf overlaten. Het is echt een gigantische vergissing, als we één van de gebruikte uitdrukkingen grijpen; en dan de letterlijke betekenis daarvan als onze uitleg nemen, zonder rekening te houden met de andere zestien teksten over dit onderwerp.

Is het mogelijk al deze teksten zó uit te leggen, dat ze elkaar onderling niet tegenspreken? Als ze niet in onderlinge harmonie gebracht kunnen worden, is Jezus zelf schuldig aan het vergroten van de verwarring. Want Hij heeft al deze verschillende uitdrukkingen gebruikt, wanneer Hij sprak over Zijn dood en op-standing. In Mattheüs 12: 40 zei Hij: “drie dagen en drie nachten.” Maar in Markus 8: 31 zegt Hij: “na drie dagen.” In Johannes wijst Hij op dezelfde gebeurtenis en zegt: “in drie dagen.” En in vijf gevallen heeft Hij het over: “op de derde dag.”

Inclusief tellen

De enige manier, waarop we deze onderling ogenschijnlijk tegenstrijdige uitspraken van Jezus met elkaar in harmonie kunnen brengen, is deze uitspraken te zien in het licht van het inclusief tellen van tijd. De hele Bijbel door is deze methode gebruikt bij het berekenen van tijd. En nu moeten we dezelfde methode toepassen, anders blijven we met grote verwarring zitten. Het onredelijk vasthouden aan het Nederlands spraakgebruik van de 21e eeuw, om Grieks of Hebreeuws uit de eerste eeuw uit te leggen, heeft inderdaad tot heel extreme opvattingen geleid. Jezus en Zijn vrienden spraken en schreven volgens de gangbare lite-raire gebruiken van hun tijd. En inclusief tellen maakte onderdeel uit van die spraakgewoontes. Eenvou-dig uitgelegd wil dit zeggen: ook elk gedeelte van een dag wordt als hele dag gerekend.

Laten we, voordat we in de Bijbel naar een bevestiging van dit principe gaan zoeken, eerst eens lezen wat de gezaghebbende Joodse Encyclopedie hierover te zeggen heeft: “Een korte tijdsperiode op de morgen van de zevende dag wordt gerekend als de zevende dag. De besnijdenis vindt op de achtste dag plaats. Zelfs al zijn van de eerste dag na de geboorte van het kind nog maar een paar minuten over. Dit wordt als één dag gerekend. (deel 4, blz. 475) Hier staat duidelijk de Hebreeuwse manier van tijdberekening uitge-legd. Elk klein onderdeel van een dag wordt als een volledige periode van 24 uur gerekend. Dat is de He-breeuwse gewoonte, zowel in het spreken als in geschreven taal. Als we dit principe zouden negeren, zouden er talloze tegenstrijdigheden opduiken in zowel het Oude als het Nieuwe Testament. We moeten Bijbeltekst met Bijbeltekst vergelijken, en het eigene van de talen, waarin de Bijbel is geschreven, ge-bruiken. Inclusief tellen is bij alle Bijbelschrijvers een aanvaard beginsel.

Laten we nu een paar voorbeelden uit de Bijbel bekijken, waarin gebruik gemaakt wordt van dit principe. Dan vinden we ook de oplossing van het probleem, dat ons bezig houdt. In Genesis 7: 4 zegt God tot Noach: “Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten laten rege-nen.” Maar in vers 10 lezen we: “En het gebeurde na die zeven dagen dat het water van de vloed over de aarde kwam.” De Statenvertaling heeft hier: “En het geschiedde, dat de wateren van de vloed over de aarde waren.” En in de marge van de King James Version staat: “op de zevende dag.” Ik heb medelijden met de arme chronoloog (tijdberekenaar), die daar wijs uit wil worden. Wanneer is de vloed gekomen? In zeven dagen, op de zevende dag, of na de zeven dagen? Als we inclusief tellen is het antwoord heel een-voudig: De dag waarop God tot Noach sprak telt als de eerste dag, en de dag waarop het begon te rege-nen was de zevende dag. Ook al heeft God tien minuten voor het einde van de eerste dag gesproken, dan werd deze dag nog als nummer één van de zeven geteld. En als het op de zevende dag ’s middags 12 uur ging regenen, dan werd die dag toch als zevende meegeteld. Het zelfde beginsel wordt ook toegepast bij de besnijdenis van jongetjes. Genesis 17: 12 zegt specifiek: “Elk kind bij u, van het mannelijk geslacht, van acht dagen oud moet besneden worden.” Maar in Lukas 1: 59 staat: “op de achtste dag.” Lukas 2: 21 zegt het weer anders: “En toen acht dagen vervuld waren.”

Nog een bewijs voor het inclusief tellen vinden we in de manier, waarop Jozef met zijn broers omgaat. “En hij zette hen gezamenlijk drie dagen in hechtenis. Op de derde dag zei Jozef tegen hen:” Genesis 42: 17 – 18. Kijk ook eens naar de belastingkwestie tussen koning Rehabeam en het volk. “Komt over drie dagen weder tot mij. … Zo kwam Jerobeam en al het volk tot Rehabeam, op den derden dag, gelijk als de koning gesproken had, zeggende: Komt weder tot mij op den derden dag.” II Kronieken 10: 5, 12 SV.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden uit velen, die aangehaald kunnen worden om dit belangrijke punt duidelijk te maken. De Hebreeuwse gewoonte eist slechts, dat van elke meegetelde dag tenminste een deel in de tijdsperiode is ingesloten.

De derde dag

We zijn nu zover, dat we deze duidelijk geldige regel kunnen toepassen op de tijd, dat Jezus in het graf was. Tenminste een deel van drie opeenvolgende dagen moet zitten in de tijdsperiode dat Hij inderdaad dood was. De uitdrukking die Jezus het vaakst in verband met Zijn opstanding gebruikte, was “de derde dag.” En Hij verdedigde het herhaaldelijk gebruik van deze term met de Bijbel: “En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.” Lukas 24: 46.

De twee discipelen die op weg waren naar Emmaüs, gebruikten dezelfde uitdrukking, toen zij het hadden over de verschrikkelijke gebeurtenissen rond de kruisiging. Onbewust van het feit, dat ze tegen Jezus spraken, die eerder op diezelfde dag was opgewekt, zei één van hen: “Maar al met al is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn.” Lukas 24: 21.

Het is duidelijk, dat deze mensen heus wel wisten, hoe ze de dagen moesten tellen en moesten uitmaken, welke dag de derde was. Ze wisten het, omdat het bij het eigene van hun taal hoorde. Maar Jezus heeft op dit punt geen vraagtekens achtergelaten. Het lijkt wel, of Hij de verwarring van christenen uit later tijd, die niets weten van inclusief tellen, van tevoren gezien heeft. Daarom heeft Hij zo’n duidelijke en afdoende uitleg gegeven van hoe je de derde dag moet berekenen, dat niemand meer zou hoeven twij-felen. “En Hij zei tegen hen: Ga heen en zeg die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en verricht genezingen, vandaag en morgen en op de derde dag ben Ik daarmee gereed. Intussen moet Ik heden en morgen en de dag daarna reizen.” Lukas 13: 32 – 33.

Wat heeft Jezus dat eenvoudig gedaan! Zelfs een kind kan uitrekenen, wanneer de derde dag komt. De derde dag zal altijd de dag na morgen zijn, vanaf welk tijdstip je ook rekent. De eerste dag wordt in zijn geheel meegeteld; de tweede dag in zijn geheel; en de derde dag ook in zijn geheel.

Nu kunnen we ook het gesprek begrijpen, wat Jezus met de Joodse leiders had; en waarom zij het uitleg-den, zoals zij deden. Hij zei: “Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem oprichten. De Joden zei-den dan: Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd, en Ú zult hem in drie dagen oprichten? Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam.” Johannes 2: 19 – 21. Later, na de kruisiging, zei de hogepriester tot Pilatus: “Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem ’s nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden.” Mattheüs 27: 63 – 64.

Nu we de definitie van tijd hebben, die Christus heeft gegeven, krijgen we het plaatje scherp in beeld. Hij sprak profetisch over Zijn eigen dood en opstanding, en zei: “Vandaag (de kruisiging) en morgen (in het graf), en op de derde dag ben ik daarmee gereed (de opstanding).” Hier worden alle drie dagen op volg-orde genoemd. Ook al stierf Hij laat in de middag, de hele dag telt mee als de eerste dag. De tweede dag omspant de Sabbat, toen Hij in het graf sliep. Ook al werd Hij vroeg op de derde dag opgewekt: volgens het inclusief tellen is het één van de drie dagen.

De opstanding op zondag

Nu is het moment aangebroken, om te kunnen vaststellen op welke dag van de week de verschillende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. We zullen opnieuw onder de indruk komen van de volmaakte harmonie van de Bijbel op dit punt. Er is geen twijfel mogelijk: Hij is opgestaan op zondag, de eerste dag van de week. Markus schrijft nadrukkelijk: “En toen Jezus opgestaan was, 's morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena.” Markus 16: 9. Zondag is de eerste dag van de week. Dat is de dag, waarop Hij werd opgewekt. Het had niet met duidelijker woorden gezegd kun-nen worden. Zelfs de originele zinsconstructie in het Grieks laat geen andere uitleg toe. Hij is niet op zaterdag uit het graf opgestaan, zoals sommigen beweren. En Hij is ook niet op woensdag gekruisigd. Er is geen greintje Bijbels bewijs, dat Hij op de vierde dag van de week gestorven is.

Volgens het geïnspireerde verslag werd Christus op de dag van “de voorbereiding” ter dood gebracht. En de dag van de voorbereiding valt niet op woensdag. Op elke bladzijde van de Bijbel waar deze voorkomt, valt deze op vrijdag. Lees alsjeblieft goed, wat er in Markus 15: 42 – 43 staat: “En toen het al avond ge-worden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat, kwam Jozef van Arimathea, … en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen.”

Misschien vragen sommige mensen zich af, of het hier niet om een rituele jaarlijkse Sabbat zou kunnen gaan. Let dan op de volgende woorden: “De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blij-ven op de sabbat, omdat het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat was groot), vroegen aan Pilatus dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.” Johannes 19: 31.

De dag die op de kruisiging volgde was niet alleen een wekelijkse Sabbat, maar de dag van die Sabbat was groot. Dat betekent, dat een jaarlijkse Sabbat in dat jaar toevallig samenviel met een gewone, weke-lijkse Sabbat. In dit geval was dit het Feest van de Ongezuurde Broden. Lukas geeft duidelijk aan, dat de dag van de voorbereiding direct voorafgaat aan de wekelijkse Sabbat. “En het was de dag van de voor-bereiding en de sabbat brak aan. En ook de vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en aanschouwden het graf en hoe Zijn lichaam erin gelegd werd. En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod. En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij ge-reedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee.” Lukas 23: 54 – 24: 1.

Er kan absoluut geen twijfel bestaan over de tijdsbepaling in dit gedeelte. Hij stierf op de dag van de voorbereiding. De volgende dag wordt aangeduid met “de sabbat … overeenkomstig het gebod.” Omdat het vierde gebod zegt: “de zevende dag is de Sabbat van de HEERE”, weten we, dat deze dag de dag moet zijn die wij zaterdag noemen. Bovendien spreekt de Bijbel na “de dag van de voorbereiding” in vers 55 en “de Sabbat” in vers 56, in hoofdstuk 24: 1 over: “En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf.”

Let goed op: de vrouwen bereidden de specerijen op vrijdag, rustten op sabbat en brachten hun specerijen op de eerste dag van de week naar het graf. Toen wilden ze Hem zalven. Na de Sabbat was dit de eerste gelegenheid die ze hadden, om hetgeen ze op vrijdag hadden voorbereid uit te voeren. Toen ontdekten ze dat Christus was opgestaan.

Als de kruisiging op woensdag zou hebben plaatsgevonden, hoe verklaren we dan, dat de vrouwen tot zondag gewacht hebben om naar het graf te komen? Waarom kwamen ze niet donderdag of vrijdag Zijn lichaam zalven? Begrepen ze niet, dat Zijn lichaam na vier dagen in staat van ontbinding zou verkeren; en dat hun werk dan tevergeefs zou zijn? De antwoorden op deze vragen vormen de sterkste argumenten tegen een kruisiging op woensdag.

Want de Bijbel levert het onweerlegbaar bewijs, dat niemand in zo’n geval zou gaan zalven. Toen Lazarus vier dagen dood was, beval Jezus, dat de steen van zijn graf moest worden weggenomen. Martha, de zuster van Lazarus, protesteerde met de woorden: “Heere, hij ruikt al, want hij ligt hier al voor de vierde dag.” Johannes 11: 39.

De woorden van Martha laten zien, dat geen enkele vrouw in die tijd dacht, dat het mogelijk was, vier dagen na de dood een lichaam voor de begrafenis te zalven. Het leek Martha onverstandig om het graf zelfs maar te openen. Voor de vrouwen die de specerijen hadden bereid, zou het even dwaas geleken heb-ben, het graf van Christus vier dagen na Zijn kruisiging binnen te gaan.

Hoe kunnen sommige mensen dan, ondanks de grote hoeveelheid tegenbewijzen uit de Bijbel, toch blij-ven vasthouden aan de opvatting, dat de kruisiging op woensdag plaatsvond? De hele theorie berust op de verkeerde uitleg van één enkel Bijbelvers. De zinsnede over “drie dagen en drie nachten” wordt kunstmatig in overeenstemming gebracht met modern Nederlands spraakgebruik; in plaats dat men zich aanpast aan de algemene gewoontes van de mensen die in die tijd leefden.

Mensen die geloven, dat Jezus op woensdag werd gekruisigd en op zaterdag opstond, baseren hun be-wijsvoering voornamelijk op Mattheüs 28: 1: “Laat na de sabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken.” (In de King James Version wordt vertaald: “Laat na de sabbat, toen het begon te schemeren richting de eerste dag.”)

Men gaat er dan van uit dat het “schemeren” na de sabbat op zaterdagavond valt; en dat de vrouwen het lege graf in de schemering van die avond gezien hebben, vlak voor zonsondergang. Van dat moment af tellen ze 72 uur terug en komen dan uit op woensdagavond in de schemering.

Is dit een logische conclusie? Of zijn er aanwijzingen, dat de vrouwen het lege graf niet op zaterdagavond bezocht kunnen hebben? Er bestaat inderdaad duidelijk Bijbels bewijs, dat ze er toen niet geweest zijn. Dat bewijs vinden we in het verslag van Markus over het bezoek aan het graf. “En toen de sabbat voor-bijgegaan was, hadden Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht om Hem te gaan zalven. En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen?” Markus 16: 1 – 3.

Er is geen twijfel over: Dit bezoek vond plaats op zondagmorgen vroeg. Het is dan zonsopgang. Precies dezelfde vrouwen worden in het verslag van Mattheüs genoemd. Is het dan juist om aan te nemen, dat deze zelfde vrouwen de avond tevoren zouden hebben gezien, dat Jezus was opgestaan? Onmogelijk. En waarom?  Vanwege de vraag, die zij elkaar op zondagmorgen stelden: “Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen?” Als ze daar zaterdagavond vlak voor zonsondergang zouden zijn ge-weest, en het graf leeg hadden aangetroffen, dan zouden ze geweten hebben, dat de steen al was wegge-rold. Dit is het absolute bewijs, dat ze de dag ervoor niet bij een leeg graf waren geweest.

Het bewijst ook, dat met de schemering bij Mattheüs zonsopkomst wordt bedoeld, en niet zonsondergang. Tussen de twee verslagen is helemaal geen tegenstelling.

Tweeënzeventig uur: niet Bijbels.

Mensen die eraan vasthouden, dat Jezus de volle tweeënzeventig uur in het graf is geweest, beweren, dat de drie dagen en drie nachten volledig letterlijk genomen moeten worden. Maar zo’n bewering is volledig tegengesteld aan het getuigenis van de Bijbel. Een voorbeeld van hoe deze uitdrukking in de Bijbel ge-bruikt wordt, vinden we in Esther 4: 16. Daarin lezen we de volgende woorden van koningin Esther aan Mordechai: “Ga, verzamel alle Joden die zich in Susan bevinden, en vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, dag en nacht. Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienaressen.” Bedenk goed, dat de mensen drie dagen en drie nachten moesten vasten. Toch staat er in bijna het volgende vers: “Het ge-beurde op de derde dag dat Esther een koninklijk gewaad aantrok en ging staan in de binnenste voorhof van het huis van de koning.” Esther 5: 1. Hier zie je een volmaakt voorbeeld, hoe drie dagen en drie nach-ten uiteindelijk neerkomen op de derde dag.

We hebben al geleerd, hoe Jezus de derde dag uitlegde. Hij zei: “vandaag en morgen en op de derde dag.” Lukas 13: 32. Denk eens even na! Toen Jezus met die twee discipelen naar Emmaüs liep op de zondagmiddag na de opstanding, zei Kleopas: “Maar al met al is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn.”Lukas 24: 21.

Niemand ontkent, dat dit op zondag plaatsvond. Maar als Jezus op woensdag gekruisigd zou zijn, zou Kleopas gezegd hebben: ‘vandaag is het de vijfde dag …’ Tel zelf maar na: woensdag, donderdag, vrij-dag, zaterdag, en het grootste deel van zondag. Later op diezelfde dag – de eerste van de week – deed Jezus deze uitspraak: “Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.” Lukas 24: 46. Wie heeft er nu gelijk? Jezus heeft gelijk en Kleopas heeft gelijk. Maar de mensen die beweren, dat Jezus op woensdag is gekruisigd, hebben ongelijk. Christus stierf op vrijdag, de dag van de voorbereiding op de Sabbat. Dat was de eerste dag. Hij rustte op Sabbat in het graf naar het gebod. Dat was de tweede dag. En op de eerste dag van de week stond Hij op: dat is op zondag. Dat is de derde dag. Eenvoudig, toch!

De voorstanders van een kruisiging op woensdag gebruiken een kronkelredenering om de woorden van Kleopas op weg naar Emmaüs weg te redeneren. Ze beweren, dat hij niet drie dagen telde vanaf de dood van Jezus, maar vanaf het moment, dat het graf door de Romeinse autoriteiten verzegeld werd, een dag nadat Jezus was gekruisigd. Voor deze puur theoretische veronderstelling is geen greintje bewijs in de Bijbel te vinden. Kleopas sprak over het proces en bepaalde gebeurtenissen die tot de kruisiging leidden. Met een beetje exegetische vrijheid kun je misschien de tijd uitrekken tot de gebeurtenissen die aan de kruisiging vooraf gingen. Maar ook al heb je nog zoveel fantasie: je kunt nooit een punt ná de dood van Jezus nemen als uitgangspunt voor de berekening van de drie dagen.

Alle teksten die met dit onderwerp verband houden, berekenen de derde dag vanaf het moment, dat Jezus aan het kruis stierf.

Mattheüs zegt: “dat Hij gedood zou worden en op de derde dag zou worden opgewekt.” Mattheüs 16: 21. Markus schreef, dat Hij moest: “gedood worden en na drie dagen opstaan.”Markus 8: 31. Lukas be-richt: “Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden.” Lukas 9: 22.

De Bijbel stelt bij herhaling en met nadruk, dat de dood van Jezus het beginpunt van de drie dagen vormt. Een volle dag later met tellen beginnen, is niet alleen on-Bijbels, maar ook volkomen uit de lucht gegre-pen. Het verzegelen van het graf wordt nergens ook maar één keer genoemd in verband met de tijdsperio-de, dat Hij dood was.

De uitdrukking: “drie dagen en drie nachten” vormt dus geen precieze aanduiding van dagen, uren, minu-ten en seconden. We lezen, dat Christus “veertig dagen en veertig nachten” in de woestijn doorbracht, om verzocht te worden. Maar de schrijvers van twee evangeliën houden het bij “veertig dagen.” Dat laat zien, dat het geïnspireerde woord de uren en minuten niet heeft vastgelegd.

De vier dagen van Cornelius

Laten we nu tot slot nog een duidelijk voorbeeld van inclusief tellen bekijken. Iedere lezer met een open instelling zal dan voorgoed overtuigd zijn. Het voorbeeld is afkomstig uit het Nieuwe Testament, en laat beeldend zien, hoe dagen in de tijd van Jezus geteld werden. Handelingen 10: 3: “Hij [Cornelius]  zag in een visioen duidelijk, ongeveer op het negende uur van de dag, dat er een engel van God bij hem binnen-kwam.”

Volg nu zorgvuldig het verhaal. In het visioen krijgt hij opdracht, mannen naar Joppe te zenden om Petrus te halen. “En toen de engel die tot Cornelius sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisknechten en een vrome soldaat, uit hen die steeds bij hem waren; en toen hij hun alles verteld had, stuurde hij hen naar Joppe. En de volgende dag, terwijl zij op reis waren en de stad naderden, klom Petrus op het dak om te bidden, ongeveer op het zesde uur.” Vers 7 – 9. Terwijl hij bad, kreeg hij een visioen. En toen dit visioen was afgelopen, klopten de mannen op de deur. Vers 17. Let op, dit is één dag, nadat Cornelius een engel op bezoek had gehad.

Petrus nodigt de mannen binnen “en ontving hen als gast. En de volgende dag vertrok Petrus met hen, en enigen van de broeders uit Joppe gingen met hem mee.” Vers 23. Let op: Dit is de tweede dag, nadat de mannen door Cornelius op weg waren gestuurd. “En de dag daarna kwamen zij in Caesarea aan. En Cor-nelius verwachtte hen.” Vers 24. Dit is dus drie dagen, nadat Cornelius het visioen van de engel kreeg. Maar let op, want nu komt het. Een paar minuten later zegt Cornelius tegen Petrus: “Vier dagen geleden had ik tot dit uur toe gevast, en op het negende uur bad ik in mijn huis.” Vers 30.

Nu krijgen we het beeld scherp. Het was allemaal op het uur af drie dagen geleden. Toch zei Cornelius: “Vier dagen geleden.” Hoe kon hij het over vier dagen hebben, terwijl het er maar drie waren? Omdat hij inclusief telde. In totaal gaat het om (delen van) vier dagen. Op dezelfde manier schrijft de Bijbel over de dood van Jezus als drie dagen en drie nachten, hoewel het slechts om (delen van) drie dagen ging.

De week van Pesach bewijs voor de opstanding

We volgen nu nog een andere bewijsvoering, waarmee we definitief kunnen bewijzen, dat de opstanding van Jezus op zondag plaatsvond. Paulus maakte in zijn welsprekend betoog over de opstanding aan de gemeente in Korinthe gebruik van dit bewijs. Hij zei: “Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij be-graven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften.” I Korinthe 15: 3 – 4.

Heel opvallend is, dat Paulus hier de dood van Jezus, en ook Zijn opstanding op de derde dag, bewijst aan de hand van de Bijbel. Het is duidelijk, dat Paulus begreep, dat het Oude Testament profetieën bevat-te, die het tijdsverloop van de kruisiging en de opstanding beschrijven. Volgens Paulus moest Jezus op de derde dag opstaan, om het Woord van God te vervullen. Bovendien heeft ook Jezus gezegd: “Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.” Lukas 24: 46.

Bestaat er zo’n Bijbelplaats – en een “Zo staat er geschreven” – in het Oude Testament, die de juiste dag van de opstanding van Christus aangeeft? Ja, die is er. Die heeft speciaal te maken met de viering van het Pesachfeest.

In Leviticus 23: 5 – 6 lezen we over de eerste twee plechtige dagen van Pesach: “In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond is het Pascha (Pesach) voor de HEERE. En op de vijftiende dag van die maand is het feest van de ongezuurde broden voor de HEERE. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten.”

Op dit moment zullen we niet uitzoeken, op welke dagen van de week deze feesten toen vielen. Dat is niet essentieel voor wat wij willen bewijzen. Maar houd deze waarheid vast: Op de veertiende dag van de maand werd het Pesachlam geslacht; en op de vijftiende dag van de maand was het Feest van de Onge-zuurde Broden.

Onze volgende vraag is: Wat gebeurde op de zestiende dag van de maand? We zullen nu vanuit de Bijbel bewijzen, dat de schoof van de eerstelingen op die zestiende dag (Jom haBikoeriem) werd geofferd. Dit feest werd pas gevierd, toen de kinderen van Israël in het Beloofde Land kwamen. God gaf dit gebod in deze woorden: “Wanneer u in het land komt, dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. Hij moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen om een welgevallen in u te vinden. Op de dag na de sabbat moet de priester de schoof bewegen.” Leviticus 23: 10 – 11.

Over welke Sabbat spreekt dit vers? Over de wekelijkse Sabbat, of over de jaarlijkse Sabbat van Pesach? Het antwoord op deze vraag vinden we, door het verhaal van hun intocht in het land te lezen, zoals dit door Jozua is opgetekend. God vertelde hen, dat ze, nadat ze het Beloofde Land binnengetrokken waren, eerst de eerstelingen van de oogst aan Hem moesten offeren, vóórdat ze zelf van de eerste oogst zouden eten. Jozua beschrijft, hoe het volk over de Jordaan trok, terwijl deze in de oogsttijd overstroomd was: “de Jordaan nu was geheel buiten zijn oevers getreden gedurende de ganse oogsttijd“ Jozua 3: 15 NBG. Het is erg belangrijk, dit te begrijpen, want het graan was rijp om te oogsten. Daarom waren ze des te eerder in staat om van het land te eten, en ook om de eerste schoof aan God te offeren.

Nadat ze droogvoets door de overstroomde Jordaan waren getrokken, omdat God het water had tegenge-houden, sloegen de kinderen van Israël hun kamp op bij Gilgal. “Toen dan de priesters die de ark van het verbond des Heren droegen, uit het midden van de Jordaan opklommen, hadden de voetzolen der priesters zich nauwelijks losgemaakt en het droge betreden, of de wateren van de Jordaan keerden terug naar hun plaats en stroomden als tevoren langs zijn gehele oever. Het volk nu is uit de Jordaan opgeklom-men op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal, aan de oostelijke grens van Jericho.” Jozua 4: 18 – 19 NBG.

De volgende gebeurtenis had vier dagen later plaats. “Terwijl de Israëlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha (Pesach) op de veertiende dag van die maand, ‘s avonds, in de vlakten van Jericho” Jozua 5: 10 NBG.

Strikt gehoorzaam aan het gebod van de Heer, hield het dankbare maar vermoeide volk van God halt om op de veertiende dag van de eerste maand het Pesachlam te slachten. Het volgende vers vertelt, wat er de volgende dag gebeurde: “En zij aten van het overjarige koren van het land, de morgen na Pesach, onge-zuurde broden en verzengde aren, op diezelfde dag.” Jozua 5: 11 King James Version.

Let op: Ze vierden het Feest van de Ongezuurde Broden op de vijftiende dag van de maand, die volgde op het slachten van het Pesachlam op de veertiende. Ze aten ook de laatste rest van het oude graan, omdat het nieuwe graan rijp was voor de oogst. We lezen verder, om te weten te komen, wat er de volgende dag gebeurde, op de zestiende van de maand. “En het Manna hield de volgende dag op, nadat zij van het overjarige koren van het land gegeten hadden; en de kinderen van Israël hadden geen Manna meer, maar zij aten in dat jaar van de opbrengst van het land Kanaän.” Jozua 5: 12 King James Version.

De schoof van de eerstelingen moest aan de Heer geofferd worden, vóórdat ze van de oogst van het land zouden eten. Omdat ze op de zestiende begonnen, van de vruchten van het land te eten, is het zeker, dat ze de schoof van de eerstelingen ook op die dag geofferd hebben. Herinner je nu, dat God geboden had, dat de schoof van de eerstelingen “op de dag na de sabbat” geofferd moest worden. Leviticus 23: 11. De schoof van de eerstelingen wordt dus inderdaad geofferd op de dag die volgt op de jaarlijkse Sabbat van het Feest van de Ongezuurde Broden. En het volk begon op diezelfde dag van de nieuwe oogst te eten.

We hebben de volgorde van de dagen van Pesach nu scherp in beeld. We geven ze in precies dezelfde volgorde weer als de Bijbel:

1. Veertiende dag: het slachten van het Pesachlam.
2. Vijftiende dag: Eerste dag van het Feest van de Ongezuurde Broden.
3. Zestiende dag: Aanbieden van de eerstelingen van de oogst.

Deze volgorde wordt ook vanuit de geschiedenis bevestigd. Hier volgt een verslag van Flavius Josephus, geschiedkundige en tijdgenoot van Jezus: “De maand Nissan … vormt het begin van ons jaar. De veer-tiende dag van de maand, die door de maan bepaald wordt, … wordt Pesach genoemd. … Het Feest van de Ongezuurde Broden volgt na Pesach, en valt op de vijftiende dag van de maand. Dit feest duurt zeven dagen. … Maar op de tweede dag van het Feest van de Ongezuurde Broden, dat is de zestiende dag van de maand, eten ze voor het eerst van de opbrengst van het land. … Voorafgaand aan de eerstelingen van het land offeren zij een lam als brandoffer aan God.” Boek III, hoofdstuk X, par. 5, pp. 79, 80.

Christus ons Pesachlam

Misschien vraag je je af, wat deze feiten te maken hebben met het tijdstip van Christus’ dood en van Zijn opstanding. Hierin ligt de schoonheid van de Bijbel. Al deze voorafschaduwingen en rituelen wijzen op Jezus. Hij is het ware Pesachlam. Daarom riep Johannes uit: “Zie, het Lam van God!” Johannes 1: 36. Ook Paulus laat zien, hoe Jezus het Feest van Pesach vervulde: “Want ook ons Pascha (Pesachlam) is voor ons geslacht, namelijk Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, … maar met ongezuurde broden van zuiverheid en waarheid.” I Korinthe 5: 7 – 8.

Dit is precies de reden, waarom Jezus op de veertiende Nissan stierf. Hij heeft dit gedaan, om de Schriften te vervullen. Paulus zegt: “dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften.” I Korinthe 15: 3. Hij moest op dezelfde dag sterven als het Pesachlam, om te voldoen aan het beeld van het offer. En ook om Zijn identiteit als het ware Pesachlam bekend te maken.

Maar net zo zeker als Jezus op een bepaalde dag stierf, overeenkomstig de Schriften, zo geldt ook: “dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften.” I Korinthe 15: 4. Hij is niet alleen ons Pesachlam, maar Hij is ook de Eersteling van de oogst! Paulus verbindt het direct met de opstanding: “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.” I Korinthe 15: 20. En in vers 23 doet hij dit opnieuw: “Ieder echter in zijn eigen rangorde: Christus als Eer-steling, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.”

Dus het is geen wonder, dat Paulus zo vol vertrouwen sprak over de derde dag als de dag van de opstan-ding, overeenkomstig de Schriften. Christus stond op als Eersteling van hen die ontslapen zijn. Hij was het Origineel, waarvan de schoof van de eersteling een voorafschaduwing is. Zijn opstanding viel precies op de dag, dat de schoof voor Gods aangezicht bewogen moest worden.

Nu begrijpen we ook, waarom Jezus en Zijn volgelingen de uitdrukking “derde dag” vaker gebruikten dan alle andere manieren om de tijd van de opstanding aan te duiden. Honderden jaren eerder was in de profetieën voorzegd, dat Hij de vervulling zou zijn van de voorafschaduwingen en afbeeldingen van Pesach. Christus is de Eersteling. Daarom was het voor Hem essentieel, dat Hij “geoogst” zou worden, en zou worden “bewogen” voor het aangezicht van God. In het jaar van de kruisiging viel de Sabbat van Pesach samen met de wekelijkse Sabbat. Daarom was de dag van die Sabbat groot. Johannes 19: 31. De volgende dag, na de Sabbat, stond Jezus op uit het graf. Het was toen zondag.

Toen Maria Hem na de opstanding in de tuin zag, zei Jezus: “Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.” Johannes 20: 17. Waarom vroeg Jezus aan Maria, om Hem niet vast te houden, of om Hem op te houden, (dat suggereert de Griekse tekst)? Omdat Hij diezelfde dag nog op moest varen, om voor de Vader te verschijnen als Eersteling uit de doden.

Het Bijbels bewijs van de drie opeenvolgende dagen tijdens Pesach breekt de kruisiging op woensdagthe-orie volledig aan stukken. Hij moest op vrijdag sterven, om de Schriften te vervullen over Zijn dood als Pesachlam. Hij moest op de derde dag na Zijn dood worden opgewekt, om aan het beeld van de Eerste-ling te kunnen voldoen. Slechts drie dagen mogen in dit tijdsverloop betrokken zijn. Anders wordt het Woord van God gebroken.

In het licht van dit geweldige, onweerlegbare bewijs uit het Woord van God kunnen we er volkomen ze-ker van zijn, dat Jezus niet op Sabbat is opgewekt, en dat Hij ook niet op die dag opgewekt kón worden. En evenmin is het mogelijk, dat Hij op woensdag gekruisigd is.

De kwestie waar het hier om gaat, reikt veel dieper dan de meeste mensen beseffen. Christus heeft werke-lijk elke afbeelding en voorafschaduwing uit het Oude Testament, die vooruit wees naar Zijn verzoenende dood en opstanding. Had Hij dat niet gedaan, dan was Hij een oplichter en een bedrieger geweest. Het was absoluut noodzakelijk, dat alle profetieën over de Messias in Zijn leven en sterven in vervulling zou-den gaan. Op een heel speciale manier was de voorafschaduwing van Zijn overwinning over het graf de hoeksteen van de hoop van de gelovigen in zowel het Oude als het Nieuwe Testament. De schoof met de eerstelingen van het graan hield de belofte en de verzekering in, dat er een overvloedige oogst zou zijn. En evenzo is de heerlijke opstanding van onze geliefde Heer de garantie voor een geweldige oogst in de opstanding die spoedig zal plaatsvinden. “want Ik leef en u zult leven.” Johannes 14: 19.

Voorafschaduwingen die tegen ons zijn

Het tragische is, dat sommige christenen nog steeds vasthouden aan dode beelden en rituelen; net alsof het grote Origineel nooit is gekomen. Jezus is het Ware Zondoffer. Daarom verdwenen de dagelijkse die-renoffers op het moment, dat Hij aan het kruis stierf. Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven naar beneden. Dat betekende, dat er geen bloed meer gesprenkeld hoefde te worden in het Heilige van de tempel. Mattheüs 27: 51. Dat lam, wat op het altaar geslacht werd, was alleen maar een schaduw, die vooruit wees naar de dood van de Messias. Toen de schaduw herleid werd tot het lichaam, dat die scha-duw wierp, kon er daarna met geen mogelijkheid meer een schaduw zijn. Daarom zijn offers na de dood van Jezus niets anders dan dode rituelen.

Op dezelfde manier wees de jaarlijkse dienst van Pesach, met zijn afbeeldingen en schaduwen, vooruit naar het Ware Pesachlam aan het kruis. Elk jaar een lam als beeld, het oude zuurdeeg, en het jaarlijkse beweegoffer van de schoof waren een schaduw, die herleid werd tot een lichaam: Christus. Na Zijn dood en opstanding zouden deze rituelen even betekenisloos zijn als het dagelijks brengen van zondoffers. Ei-genlijk is het zelfs zo, dat wanneer je doorgaat met het houden van de voorafschaduwing nadat het Origi-neel is verschenen, je in feite ontkent dat Christus de ware vervulling van de voorafschaduwing is. Daar-om sprak Paulus over vervulde voorafschaduwingen, die tegen christenen gericht zijn. “Hij heeft u … samen met Hem levend gemaakt door u al uw misdaden te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn inzettingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan, of sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar de belichaming ervan is Christus.” Kolossenzen 2: 13 – 14, 16 – 17.

Let op het duidelijke bewijs, dat aan spijsoffers en drankoffers, net als aan bepaalde schaduwachtige hei-lige dagen en Sabbatten, een einde kwam toen Jezus aan het kruis stierf. Laten we ons nu afvragen: Welke Sabbatten werden aan het kruis genageld en opgeheven, toen Jezus aan het kruis stierf? Paulus geeft nadere uitleg: “Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen.” Dat kan in geen geval slaan op de wekelijkse Sabbat. Die bestond al nog vóór de zonde in de wereld kwam. Dan kan het geen schaduw zijn. Schaduwen werden als gevolg van de zonde geïntroduceerd. Ze wezen vooruit naar het verlost zijn van de zonde. Maar er waren ook jaarlijkse Sabbatten, die wel een schaduw waren. Één daarvan wordt precies omschreven in Leviticus 23: 24 – 25. Ze vielen op bepaalde vastgestelde dagen van een maand en kwamen maar één keer per jaar voor. “Spreek tot de Israëlieten: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag (Sabbat) houden, … een heilige samenkomst. … u moet de HEERE een vuuroffer aanbieden.” Dit was het jaarlijkse Feest van de bazuinen. Deze werd Sabbat genoemd, maar het was een jaarlijkse, schaduwachtige Sabbat.

In datzelfde hoofdstuk worden nog drie andere Sabbatten beschreven. Één daarvan is de Sabbat van Pesach; een andere die van het Feest van de Ongezuurde Broden. In de verzen 37 en 38 staat een samen-vatting van al die Sabbatten: “Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen als heilige sa-menkomsten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naar gelang het voorschrift voor die bepaalde dag, naast de offers op de sabbatten van de HEERE, naast uw geschenken, naast al uw gelofteoffers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan de HEERE geeft.”

Deze teksten tonen onmiskenbaar aan, dat de schaduwachtige, jaarlijkse Sabbatten onderscheiden waren van de wekelijkse Sabbatten van de HEERE, die elke zeven dagen werden gehouden. Maar dit mag je niet over het hoofd zien. Paulus heeft niet aangegeven, dat de wekelijkse Sabbat aan het kruis was uitgewist. Hij bedoelt uitsluitend de Sabbatten, die een schaduw waren van de toekomstige dingen. De spijs en de drank verwijzen duidelijk naar de verschillende spijs- en drankoffers, die op die rituele Sabbatten vereist waren. Deze zijn aan het kruis genageld! Pesach en het feest van de Ongezuurde Broden hoorden daar ook bij.

Geen enkele christen vandaag hoeft die jaarlijkse feesten te vieren en die rituelen in acht te nemen. Paulus geeft zelfs aan, dat wanneer je dat doet, je ingaat tegen grondbeginselen van het Christendom. Het zijn nu dode vormen, van elke betekenis ontdaan. Dierenoffers voor de zonde zijn sinds de komst van Christus zinloos. Net zo zijn ook de andere afbeeldingen en voorafschaduwingen leeg, sinds het ware Lam gestor-ven is. Daarom schrijft Paulus: “Want ook ons Pascha (Pesachlam) is voor ons geslacht, namelijk Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, … maar met ongezuurde broden van zuiverheid en waarheid.” I Korinthe 5: 7 – 8.

Laten wij onze hoop vestigen op het Ware Zondoffer, het Ware Pesachlam, en op de Ware Eersteling. En laten we weigeren te worden terug getrokken in lege vormen en zinloze schaduwen.

 


    twitter_follow_us

Onderwerpen