Home Vragen over de Sabbat We zijn toch niet meer onder de wet?

We zijn toch niet meer onder de wet?

Deze opmerking hoor je vaak in een poging de wet van God te kleineren: “We zijn toch niet onder de wet, maar onder de genade. Daarom hoeven we de Tien Geboden niet langer te houden.” Is dit een geldig argument? De Bijbel zegt inderdaad, dat we niet onder de wet zijn.

Wat zouden we verwarring eenvoudig kunnen voorkomen, als we precies zouden aannemen, wat de Bij-bel zegt. Paulus legt zijn uitspraak zelf uit. Nadat hij gezegd heeft, dat we niet onder de wet, maar onder de genade zijn, vraagt hij: “Wat dan?” Dat betekent heel eenvoudig: “Hoe moeten we dit opvatten?” En let dan eens op zijn antwoord. Hij voorziet, dat anderen zijn woorden zó zullen verdraaien, dat ze mogen zondigen, omdat ze niet onder de wet zijn, maar onder de genade. Daarom zegt hij: “Zullen wij zondigen (= de wet overtreden), omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!” In de meest krachtige bewoordingen zegt Paulus hier, dat het onder de genade zijn niet de vrijheid geeft om de wet te overtreden. Toch is dat hetgeen vandaag miljoenen mensen geloven. Ze negeren Paulus uitdrukke-lijke waarschuwing compleet.

Als het zijn onder de genade ons niet vrijstelt van het houden van de wet, wat bedoelt Paulus dan, wan-neer hij zegt, dat christenen niet onder de wet zijn? Het antwoord daarop geeft hij in Romeinen 3: 19: “Wij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God.” Hier stelt Paulus het “onder de wet zijn” gelijk met “schuldig staan tegenover de wet.” Met andere woorden: mensen die onder de wet zijn, zijn schuldig aan overtreding van de wet. Daarom staan ze ook onder de veroordeling van de wet. Maar dat is juist de reden, dat christenen niet onder de wet zijn. Ze overtreden de wet niet – zijn niet schuldig, en worden er niet door veroordeeld. Daarom staan ze niet onder de wet, maar in plaats daarvan onder de macht van de genade. Verderop in zijn betoog zegt Paulus, dat de macht van de genade groter is dan de macht van de zonde. Daarom verklaart hij zo nadrukkelijk: “Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6: 14. De genade zet de macht van de zonde opzij. Het geeft kracht om de wet van God te gehoorzamen. Dat is de werkelijke reden, dat we niet onder de schuld en de veroordeling van de wet staan. En het is ook de reden, waarom we niet zullen doorgaan met zondigen.

Stel: een moordenaar wordt ter dood in de elektrische stoel veroordeeld. Terwijl hij wacht op zijn executie staat hij in elke betekenis van het woord onder de wet. Hij is schuldig, veroordeeld, heeft een doodvonnis ontvangen, enz.. Vlak voor de executie herziet de gouverneur zijn zaak en besluit hem gratie te verlenen. In het licht van verzachtende omstandigheden maakt hij gebruik van zijn voorrechten en verleent de gevangene volledig gratie. Nu staat hij niet langer onder de wet, maar onder de genade. De wet veroordeelt hem niet langer. Tegenover de aanklachten van de wet geldt hij als volkomen gerechtvaar-digd. Hij is vrij om de gevangenis uit te lopen en geen enkele politieagent kan hem iets doen. Maar nu hij onder de genade is, en niet langer onder de wet: kan hij nu zeggen, dat hij vrij is om de wet te overtreden? Zeker niet! In werkelijkheid is die man dubbel verplicht om de wet te houden, want hij heeft van de gou-verneur gratie gekregen. Uit dankbaarheid en liefde zal hij er goed op letten, dat hij de wetten van de staat, die hem gratie heeft verleend, zal eerbiedigen. Is dat niet ook wat de Bijbel zegt over zondaren die vergeving hebben ontvangen? “Doen wij dan de wet teniet door het geloof? Volstrekt niet, maar wij be-vestigen de wet.” Romeinen 3: 31. Hier staat het duidelijkste antwoord op het hele vraagstuk. Paulus vraagt, of de wet voor ons van nul en generlei waarde is verklaard, omdat wij zijn gaan geloven in de ver-lossende genade van Christus. Zijn antwoord is: de wet wordt bevestigd en opnieuw van kracht in het leven van een christen die uit genade behouden is.

Deze waarheid is zó duidelijk en eenvoudig, dat het helemaal niet herhaald zou hoeven worden. Maar de kronkelredeneringen van mensen die onder de gehoorzaamheid uit willen komen, dwingt ons, nog meer nadruk op dit punt te leggen. Ben je ooit aangehouden door een agent, omdat je de snelheid overtreden had? Dat is een heel vernederende ervaring, vooral als je weet, dat je schuldig bent. Maar stel, dat je wer-kelijk op weg was naar een erkend spoedgeval. En je brengt je argumenten vol vuur naar voren, terwijl de agent de bon uitschrijft. Dan vouwt hij de bon langzaam op en scheurt hem door. En dan zegt hij: “Nou goed. Voor deze keer zie ik het door de vingers, maar …” Wel, wat denk je dat hij met dat woordje “maar” bedoelt? Zeker toch iets als: “Maar ik wil je nooit meer betrappen op te hard rijden.” Opent dit pardon van de agent voor jou de weg om de wet te overtreden? Integendeel. Hij dringt er bij jou op aan, om nog krachtiger het besluit te nemen, de wet niet nog eens ongehoorzaam te zijn. Waarom zou een op-recht christen dan redenen verzinnen om onder het gehoorzamen van de wet van God uit te komen? Jezus zegt: “Als u Mij liefhebt, bewaar dan Mijn geboden.” Johannes 14: 15.

 


    twitter_follow_us

Onderwerpen