Op bepaalde weekdagen zijn de meest wonderlijke dingen gebeurd. Maar we hebben geen gebod ontvan-gen om die dagen heilig te verklaren. Jezus stierf op vrijdag voor onze zonden. Dat is waarschijnlijk de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis. Deze dag markeert het moment, waarop mijn doodvonnis werd omgezet, en ik verzekerd mocht zijn van mijn verlossing. Maar geen enkele Bijbeltekst suggereert, dat we deze dag, die van zó grote betekenis is geweest, moeten vieren.
Het was een dramatisch moment, toen Jezus die zondagmorgen uit het graf opstond. Maar er is geen greintje Bijbels bewijs, dat we die dag ter ere van de opstanding zouden moeten vieren. In de hele Bijbel is geen enkel geval aan te wijzen, waarin zondag werd gevierd.
De Bijbel gebiedt wel de opstanding te gedenken, maar niet door de zondag te vieren. Paulus schreef: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opge-wekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.” Romeinen 6: 4
De doop is het gedenken van de dood, de begrafenis en de opstanding van Christus. Mensen die geloven, dat zondag vieren een eerbewijs is voor Zijn opstanding, noemen de ontmoeting in de opperzaal met de discipelen op dezelfde dag dat Hij opstond, als argument. Voor hen was die bijeenkomst, om Zijn opstan-ding te vieren. Maar als we de Bijbel naslaan over deze gebeurtenis, zien we, dat de omstandigheden to-taal anders waren. Lukas beschrijft, dat de discipelen, ook al hadden ze het ooggetuigenverslag van Maria Magdalena gehoord, “het niet geloofden.” “En daarna is Hij in een andere gedaante geopenbaard aan twee van hen, terwijl zij wandelden en naar het veld gingen. Ook zij gingen het aan de anderen berichten; maar zij geloofden ook hen niet. Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was.” Markus 16: 12 – 14.
Het is duidelijk: geen van de discipelen in die opperzaal geloofde, dat Hij was opgewekt. En dus konden ze ook niet vol vreugde bij elkaar zijn om Zijn opstanding te vieren. Johannes geeft deze verklaring voor hun samenzijn: “Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun mid-den en zei tegen hen: Vrede zij u!” Johannes 20: 19



