“Welzalig de sterveling … die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt.” “En de vreemdelingen die zich bij de Here aansloten om Hem te dienen, … allen die de sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan mijn verbond: hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; … want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.” Jesaja 56: 2, 6 – 7. (cursivering toegevoegd)